Manuele Therapie

Onze therapeuten: Dimitri de Vriend, Marion Smits, Carla de Laat

Het doel van manuele therapie is enerzijds het beter laten functioneren van de gewrichten en weefsels (spieren, bindweefsel, zenuwbanen en bloedvaten) en anderzijds het verbeteren van houding en bewegingen.

Een manueeltherapeut beïnvloedt de bewegingsvrijheid van gewrichten en de bindweefselstructuren rondom spieren/zenuwbanen en bloedvaten. Hiervoor gebruikt de manueel therapeut een aantal specifieke technieken. De effecten van manuele therapie zijn vaak direct merkbaar: gewrichten functioneren beter en het bewegen gaat gemakkelijker en je voelt een afname van pijn.

De achtergrond van de manueeltherapeut.
Een manueel therapeut heeft na zijn opleiding fysiotherapie een opleiding manuele therapie gevolgd met een duur van gemiddeld drie jaar. Door deze gespecialiseerde opleiding is de manueel therapeut uitstekend in staat om de oorzaak van uw klacht te beoordelen. Zo kan hij/zij voor elk lichaam een oplossing op maat voorstellen.

Hiervoor gebruikt de manueeltherapeut een aantal specifieke technieken die in de gewrichten kunnen worden toegepast. Verder gebruikt de manueeltherapeut technieken om spieren en zenuwbanen en andere bindweefselstructuren te kunnen behandelen.

Zowel voor het lidmaatschap van de Vereniging voor Manuele Therapie (VMT), als voor het Centraal Kwaliteitsregister van het Koninklijk Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), dient men afgestudeerd te zijn aan één van de vijf erkende opleidingen, die allen voldoen aan het landelijke functie-opleidingsprofiel.

Voor welke klachten kunt u bij een manueel therapeut terecht?

Hieronder volgen een aantal voorbeelden van aandoeningen die door de manueeltherapeut kunnen worden behandeld.

  • Hoofd- en nekpijn in combinatie met het slecht kunnen bewegen van de wervelkolom;
  • Nek- en schouderklachten, al dan niet met uitstraling naar de armen;
  • Lage rugklachten, al dan niet met uitstraling naar de benen;
  • Hoge rugklachten, al dan niet in combinatie met rib- en borstpijn;
  • Duizeligheid, die opgewekt worden door het bewegen van de nek;
  • Kaakklachten, al dan niet in combinatie met nekklachten;
  • Heupklachten;
  • Peesontstekingen (bijv. tennisarm).